25-03-06
24 maart Ha'Noi; Hue
Ik was onder de indruk van het onthaal in Vietnam en heb er mij direkt bij neergelegd; letterlijk: vier dagen in Ha'noi ziek te bed.
Ha'noi is een drukke lawaaierige stad, zoals eigenlijk elke stad in Azie die ik ooit al bezocht heb, maar dan van een heel ander kwaliteit dan de Chineese.
De dingen hebben weer een menselijke schaal, de mierenhoop weer iets meer in de breedte dan in de hoogte, en diversiteit, wat is die uniforme Chineese bouwstijl toch dodelijk saai.De mensen verplaatsen zich bij voorkeur gemotoriseerd op twee wielen, ze zijn met duizenden, de beste toeteraar heeft voorrang.
Maar bon, ik geniet er met mate van, het weer is druilerig en grijs, er is zelfs een stille achteraf kamer in een kalm hotel te vinden, op tv verschijnen weer de internationale zenders zoals bbc en cnn, gecoppieerde boeken over het Vietnameese oorlogsverleden zijn te koop, en tussendoor nog menig franse restaurants uit te proberend. Ze zijn lekker, nouvelle cuisine is perfect voor een mens met beperkte appeteit, en een verademing na de chineese noodels.
Ineens is er ook weer normale (wat heet) koffie te vekrijgen, met een croissantje op een terrasje, en natuurlijk hoort men overal franse touristen zoals in elke franse ex-kolonie.
Een bezoekje aan de tempel van literatuur, mooi is hij, een ode aan Confusius en zijn wijsheid, ooit de eerst universiteit in Vietnam.
Vijf achtereenliggende binnentuinen, allemaal fijntjes verzorgd, met vijvers en dwergplanten in potten.
Als toemaatje een damesorkest in een van de bijgebouwen, allen in het typisch vietnamees gecentreerd kleed met bijhorende wijde broek, heel mooi, verschillende uit bambou gemaakte instrumenten, oa een vertikaal geformeerde xylofoon, een pijpenensemble waarvoor met de handen geklapt wordt als lucht bron, een soort knieharp en een snaarinstrument met op curieuze manier gespannen snaren.
Vervolgens naar het vrouwen museum. Hier zijn vooral foto’s te zien over de vrouwensoldaten in de oorlogstijd.
Blijkt duidelijk dat de amerikanen niet aan hun proefstuk toe zijn betreffende mishandeling van oorlogsgevangenen, en die mensjes zijn zo klein en fijn naast die enorme amerikanen.
Ik heb de gewoonte tijdens het reizen uitsluitend literatuur te lezen van schrijvers uit het land van verblijf. Deze reis heb ik al wat over de oorlogen in deze contreien te vestauwen gekregen. De zes te bezoeken landen op deze tocht hebben allen, met uitzondering van Thailand, serieus wat af-geoorlogd tijdens de laatste eeuw.
En hebben momenteel allen, weeral met uitzondering van Thailand, een dictatoriale regime.
Thailand, het enige van de zes dat nooit gekoloniseerd was.
Een oorlogsveteraan legt me uit dat ze niet wisten wat communisme was, maar vooral verlangden naar onafhankelijkheid, eigenlijk waren ze betere fransen dan de fransen zelf, want zij geloofden in de vrijheidspricipes van de franse revolutie (deze uitleg al vaker gehoord in ex-kolonies, men wil van de kolonisator vanaf, maar tegelijk een sterke vereenzelviging)
Hoe koppig die mensen zich gedurende 11 jaar geweerd hebben, diezelfde koppigheid die ze nu aan de dag leggen in hun handeltjes, marchanderen, blijkbaar hun raison d’etre.
Soms vraag ik me af of ze door hun gemarchandeer niet minder ipv meer verkopen, men ziet moegeplaagde touristen te voet ipv gemotoriseerd hun trajecten afleggen, dorstige mensen weigeren overprijsd water te kopen.
In de hoop de zon te vinden, met de nachttrein naar het zuiden; Hue. Ineens herinner ik me terug waarom ik zo van treinreizen hou,genietend door het raampje kijkend, in slaap gewiegd worden op die schommelende kadans, zonder ergernis over muzak en zinloos getater.
Hue het hart van Vietnam, historische hoofdstad van de Nguyen dynastie, politiek en cultureel centrum. Beschermd door de Unesco wegens zijn historisch belangrijk patrimonium. Ze hebben een ommuurde
citadel met daarin de purper verboden stad, een groot gedeelte platgebombardeerd tijdens de oorlog, maar wat
over schiet en gerestaureerd is (men kan de werken bezig zien, noemt dit nog restauratie of eerder historisch correcte nieuwbouw?) is prachtig, een uitgestrekt ommuurd terrein met daarin apparte ommuurde eenheden, woonst voor de keizer, zijn moeder, zijn vrouwvolk, tempels, administratieve gebouwen, een theater. Veel versiering met mozaik, en half verheven plaaster sculptuur
Spelen met licht en schaduw, afschermend en toch lichtdoorlatend, doorkijkend voor de bewoners alleen. Goede tropische architectuur zit heel subtiel in elkaar, is aangenaam fris en maakt airconditioning meestal overbodig.
De Vietnamezen doen aan voorouder vereering, overal in de rijstvelden ziet men verspreid graven liggen, hoe rijker, hoe opgesmukter, soms worden het hele monumentjes.
Hun keizers gaven al het voorbeeld, hun graftomben, door hunzelf ontworpen, waren dienstig als lusttuinen en buitenverblijven tijdens hun leven, na hun dood geconverteed tot graftomben.
Mooi uitgezochte lokaties aan de oever van de Parfum rivier gelegen, aangelegde parken met kunstmatige vijvers, tuinpavilioenen,tempels met offeraltaren, een theater, het geheel vergaand symmetrisch van opstelling.
Eigenlijk is het verwonderlijk hoeveel monumenten er nog over schieten als men er bij stilstaat hoeveel ton bommen er ooit op Vietnam gegooid zijn, en daarna het communistisch regime die oude gebouwen decadent vond.
Nu is men aan het restaureren, het meeste met de hand, even veel vrouwen als mannen op de chantiers, de resultaten mogen er best zijn.
08:37 Gepost door Greta | Permalink | Commentaren (0) | Email dit





